Boekenbeurs 2016: waarom ik wél ging

Ja, het is er veel te warm, het eten trekt er op niks en de standen zijn een bv-circus. Auteurs nemen er meer selfies dan dat ze het over hun boeken hebben, en om de twee meter krijg je een of andere flyer in de handen geduwd. En toch, ik wilde mijn jaarlijkse jeugdtraditie niet verbreken en trok op donderdag, de voorlaatste dag, naar de tachtigste Boekenbeurs. No shame.

Het ene standje al wat fijner dan het andere

Ach ja, bij sommige standen moet je vijf Dafalgans naar binnen hebben, wil je geen acute migraine krijgen. Maar ik vond ook aangename standen, met aandacht voor het boek. Uitgeverij Vrijdag en Poëziecentrum bijvoorbeeld, of De Eenhoorn. Prachtiger worden prentenboeken niet.

Confituur, kleurrijk verbond van onafhankelijke boekhandels, beviel ook heel erg. En de nabijgelegen standen van Stad Leest en de Groene Waterman kleurden m’n dag nog een beetje meer. Naar goede gewoonte.

En dan was er nog Iedereen Leest, die de Kinder- en jeugdjury en Lezen for life stond te promoten. Veel sympathie.

img_4526

Schrijver aan het woord

De auteurspodia, een fluorescerende versie van de herfstkleuren buiten, waren dit jaar verspreid over de hallen. Mensen rukken aan, luisteren even en gaan weer weg. Maar ik blijf staan.

Jeroen Olyslaegers over zijn nieuwe roman

Beginnen we bij het Rood Podium. Antwerps romanschrijver en columnist, boze baardenman en gulle geefpleinjongen Jeroen Olyslaegers gaat er in gesprek met Knack-redacteur Jeroen De Preter. Vooral over de Amerikaanse presidentsverkiezingen, maar wie lang genoeg blijft zitten, hoort ook iets over zijn nieuwe roman Wil (De Bezige Bij, 2016).

Die neemt je mee naar de Jodenvervolging in Antwerpen tijdens de Tweede Wereldoorlog, waar een hulpagent schippert tussen goed en kwaad, en laf is in zijn neutraliteit. ‘Aan welke kant staat gij?’ Een roman over een oorlog die zich meer dan zeventig jaar geleden afspeelde, maar mee resoneert met de tijd. Een roman voor lezers van allerlei slag, voor iedereen.

‘Achter de muur van lawaai op Facebook, zit ik in stilte te schrijven.’

Zoals elke auteur uit zijn eigen leven put, is dat bij Olyslaegers niet anders. Een van zijn grootvaders collaboreerde, en wanneer hij als kind vragen stelde over de oorlog, antwoordde die steevast: ‘Ge moet dat binnen z’n context zien.’ Ze blijven traumapatiënten, zien het spook van Hitler in hun dromen.

img_4461

Avond van de poëzie

19 uur, aan de stand van L&M Books. De adem van een dame met donker krulhaar in mijn nek. Of ze een gedicht mag voorlezen? ‘Dat mag.’ Er vloeien woorden over haar lippen van Frank Keizer, een van de dichters die dadelijk zijn werk zal voordragen tijdens het uurtje poëzie. Daar noemt ze zichzelf een van de poëziefluisteraars, studenten Woordkunst die bezoekers besluipen en bedwelmen met gedichten.

Op deze Boekenbeurs zijn dichtbundels veroordeeld tot de donkere hoekjes van uitgeverijstanden, maar op dit Rood Podium mag het dichterschap wél welig tieren. Antwerpen Boekenstad-ambtenaar en bordeelhouder Michaël Vandebril laat de woorden uit zijn debuutbundel New romantics (Polis, 2016) alvast in overvloed stromen.

‘Verdriet verdrinken is moeilijk in een cappuccino.’ – Max Greyson

Volgens de jonge Max Greyson, die pas een maand geleden debuteerde met zijn bundel Waanzin went niet (De Arbeiderspers, 2016), worden zijn gedichten geboren op papier, maar leven ze op het podium. Een spoken word performer, dat blijkt. Stadsdichter Maarten Inghels draagt voor uit zijn Nieuwe rituelen (De Bezige Bij, 2015), en trakteert ons bovendien op passages uit zijn nieuwe stadsgedicht Volksbevraging.

‘Het ziet er even ingewikkeld uit als je belastingsbrief, maar er valt veel meer mee te winnen.’ – Maarten Inghels over zijn nieuwe stadsgedicht Volksbevraging

Lotte Dodion – werkzaam in het poëziebordeel van Vandenbril – sukkelt even met haar techniek, maar nooit met haar taal, die uit haar bundel Kanonnenvlees (Atlas Contact, 2016) komt. Volgt ook nog: Christophe Vekeman die, met evenveel bravoure als altijd, voorleest uit Dit is geen slaapkamer meer nu (De Arbeiderspers, 2016).

Literaire ladies

Op naar Geel! Hier keuvelen Geertrui Daem (Viersprong, Polis), Kathleen Vereecken (Haar, Polis) en Katrijn Van Bouwel over vrouwelijke auteurs, naijver in de literaire wereld en waarom recensenten toch altijd mannen zijn. Én de debuutroman van Van Bouwel: Knack-columniste, improvisatieactrice en nu dus ook auteur. Zo groots als de taal in haar boek, zo groots vertelt ze.

‘Oh, hoe diep is de val als je zo hoog gevlogen hebt.’

Van de herfst naar díe winter – een -ie met flink wat inhoud – over de lente naar de zomer. Doorheen de seizoenen speelt zich in De muze en het meisje (Prometheus, 2016) de liefde af, in hoofdletters: Mila wil de muze van een kunstenaar worden, en zich als naaktmodel laten vereeuwigen om nooit meer vergeten te worden. Maar hoe geeft je jezelf echt bloot aan het leven en de liefde?

En wat stak er in mijn boekenzak? Dat lees je hier zeer binnenkort! Ondertussen houd ik je zoet met deze boodschap:

img_4473
L&M Books

Geplaatst door

Leest, schrijft en doet in verhalen. Houdt van taart en mooie zinnen bij een tas koffie. Werkt in de bib en freelancet als copywriter en (eind)redacteur. Schrijft een blog vol leeslust, schrijfdrang en literaire levensgenieterij.

Een reactie op “Boekenbeurs 2016: waarom ik wél ging

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s