Charles Dickens: Smoking bishop

‘A merrier Christmas, Bob, my good fellow, than I have given you, for many a year! I’ll raise your salary, and endeavour to assist your struggling family, and we will discuss your affairs this very afternoon, over a Christmas bowl of smoking bishop, Bob!’ – A Christmas carol, Charles Dickens

Eind december, dat is jezelf volsteken met cava, kalkoen en kerststronk. Maar hoe zag de feestdis eruit in A Christmas carol, die kerstklassieker van Charles Dickens uit 1843? En wat bracht Scrooge en Bob Scratchit daar tot hun miraculeuze verzoening? De drie geesten en … punch! Leefde hij anno nu, hij zou steevast met een foute kersttrui rondgelopen hebben. A Christmas Carol is dan ook het literaire equivalent van een kerstboom met rode ballen, gouden slingers en over-the-top fonkellichtjes. Ieder jaar in december wordt de boom gezet, en ieder jaar wordt het verhaal weer verteld.

De roman is een onvervalste kerstklassieker, maar Dickens wilde ook iets vertellen overchristmas carol het armoedige stadsleven in Londen. Als kind verscheen er thuis niet veel op tafel, wat doorsijpelde in zijn typische Dickensiaanse schrijfstijl die de gewone man op een voetstuk zet. Als rasechte levensgenieter genoot hij bovendien van lekker eten én verwerkte dat kwistig in zijn romans. Ook drank, want de knokkende lagere klasse mocht toch tenminste van een onschuldig glaasje alcohol genieten? Liefst van al warme, zoete punch, die hij in die tijd zelf prefereerde.

Hoofdpersonage Scrooge transformeert van een grumpy gierigaard tot een warmhartige opa, roept van ‘Humbug!’ tot ‘Merry Christmas!’. Reden? Drie geesten komen hem op kerstavond de stuipen op het lijf jagen: the Ghost of Christmas Past, Present en Yet to Come. Pas wanneer hij zijn fouten inziet, wordt hij aan het eind van het verhaal ‘as good a friend, as good a master, and as good a man, as the good old city knew.’

‘Oh glorious! Glorious!’ Scrooge laat dolenthousiast een kalkoen voor het gezin van zijn arme klerk Bob Scratchit aanrukken en klinkt met een glas smoking bishop op diens promotie. Hoe kon Dickens beter hun verzoening symboliseren dan met eten en drinken? En ook de rest van het boek zit vol wellustige scènes: kerstavond bij de Scratchits, bijvoorbeeld. Of wat dacht je van een met salie en ui opgevulde gebraden gans en plum pudding? Geen beter aperitiefhapje om de honger aan te scherpen dan het lezen van dit boek.

Smoking bishop

  • 5 sinaasappels
  • 2 citroenen
  • 35 kruidnagels
  • 250 ml water
  • 1/2 tl kaneel, 1/8 tl kruidnagel, 1/8 tl nootmuskaat, 1/4 tl foelie, 1/8 tl steranijs en 1/8 tl kardemom
  • 10 gram gemberwortel, geschild
  • 125 gram rietsuiker 
  • 75 ml rode wijn
  • 75 ml rode porto

Begin met de sinaasappels en citroenen te roosteren. Steek eerst 5 kruidnagels in elke vrucht en leg ze op een ovenschaal bekleed met bakpapier. Rooster ze 75 minuten in een oven van 150°C.

Breng ondertussen 250 ml water aan de kook en voeg de gemalen kruiden en de suiker toe en rasp de gember erbij. Laat het geheel rustig inkoken tot in de helft, totdat het stroperig wordt. Giet daarna de rode wijn erbij en laat nog 10 minuten pruttelen op laag vuur.

Haal na anderhalf uur de gekaramelliseerde sinaasappels en citroenen uit de oven, leg ze in een kom en giet het wijnbrouwsel over het fruit. Dek af met plastic folie en laat een nachtje trekken op een warme plaats. In de oven bijvoorbeeld, wanneer die wat afgekoeld is.

Om af te werken snij je elk stuk fruit doormidden en pers je het uit in de wijn. Haal die daarna even door een zeef, zodat er geen pulp meer in zit. Warm alles weer op in een kookpot en giet de porto erbij. Dampen stijgen op vanuit de wijn: aanschouw het smoking-gedeelte van de smoking bishop. And there you go, warme punch op z’n Dickens!

Posted by

Liesbeth is schrijver en verhalenmaker. Schrijft (over) literatuur en ander lekkers.