‘Vrijheid’: een poëzieweek in beeld

Gedichtendag, traditioneel de laatste donderdag van januari, is de start van hét poëziefeest van Vlaanderen en Nederland. Plots is daar het Poëzieweek-geschenk (dit jaar Vrij – wij? van Tom Lanoye), maar bovenal klinkt ieder klein moment – van de verkeersinformatie tot het Vlaams Parlement – poëtischer. Gedichten vragen echter de vaak veel te korte tijd, de traagheid, dus laaf ik mij elk jaar een hele week aan het schone woord.

HET PLAN: poëzie laten sluipen in het leven van alledag – mijn huis, mijn routine – en die zinsneden in beeld verspreiden op sociale media. 7 dagen, 7 gedichten, 7 foto’s. In 2019 werd het thema ‘Vrijheid’, dus zocht ik dichters die dat breed aansnijden: van de fysieke/mentale beroving van vrijheid over de illusie vrij te zijn tot de kwetsbaarheid ervan. Dat vrijheid vaak niet vanzelfsprekend is. En daarom gevierd moet worden.

Donderdag: Siel Verhanneman, ‘Zo scherp je kon er ook niet geweest zijn’ (Angèle, 2018)

Siel Verhanneman weet de traagheid van poëzie en de vluchtigheid van sociale media naadloos te verbinden. Naast een bestaan als Instagram-dichter (@sielvhm) bundelt ze haar teksten ook op papier. Teksten die vaak hun oorsprong vinden in de dood van haar vader en de luide stilte van dat gemis, maar ook de strijdlustige liefde verkennen. Uit Zo scherp je kon er ook niet geweest zijn distilleer ik een zin die een liefde laat uitschijnen die maar weinig vrijheid in zich droeg. Een potje zwarte nagellak is dan nooit ver weg.

f691fff4-23c9-4d48-a30e-e1d0c110466c

Vrijdag: Maud Vanhauwaert & Sabien Clement, ‘Ik ben weer velen’ (Vrijdag, 2018)

Maud Vanhauwaert en Sabien Clement doorlopen de vier seizoenen van de liefde tekstueel en beeldend in het heerlijk herkenbare poëtische prentenboek Ik ben weer velen. Van zomer en herfst tot winter en lente, van één zijn met z’n tweeën tot alleen weer veel en vrij zijn:

Langzaam werd ik mijn lichaam weer/ soms zie ik ons dansend nog in de dode hoek van mijn gedachten/ maar ik stel scherp op nieuwe verhalen/ ze breken aan, ik breek uit/ ik ben weer velen, het mag weer/ eens beginnen

Ook mijn pannenkoekenplantjes lijken uit zo’n liefdesverhouding te komen, want ze breken barstend uit en staan daar op de vensterbank weer vele versies van zichzelf te zijn.

a751890e-4d72-41bf-9741-72b94fd5e5f7

Zaterdag: Rupi Kaur, ‘Melk en honing’ (Orlando, 2018)

Na de poëtische performers van de poetry slam zijn Instagram-dichters the next big thing. We hadden al Siel Verhanneman, maar nog zo’n instapoet, is de Indisch-Canadese Rupi Kaur. Met een leger van meer dan drie miljoen volgers werd ze een internationale sensatie en de stem van een generatie. Haar gedichten zijn kwetsbaar en krachtig – met thema’s als zelfliefde, machtsmisbruik en vrouwelijkheid – maar vooral ook heel eenvoudig. ‘Gekleurde vrouwen’ uit Melk en honing laat zo een bevrijdende stem horen binnen de empowerment-literatuur, waarin elke vrouw haar verhaal verdient:

Onze ruggen vertellen verhalen die in geen boek te binden zijn.

Je kan de gedichten van Rupi Kaur afdoen als zelfhulppoëzie, te lezen op een niets-moet-alles-mag-zondag bij een kopje thee, maar ze zijn ook een ode aan de mildheid: en dat kan iedereen weleens gebruiken, toch?

5BD199EC-9B47-4B17-A6DB-38ED07CA6DED

Zondag: Marieke Lucas Rijneveld, ‘Fantoommerrie’ (Atlas Contact, 2019)

Voor Kalfsvlies, haar poëziedebuut, ontving ze meteen de C. Buddingh’-prijs, en ook roman De avond is ongemak hakte er stevig in. In januari 2019 verscheen Rijnevelds tweede dichtbundel, die voortschrijdt op hetzelfde rauwe elan, met thema’s als identiteit en gender, middels beeldtaal van koe en kat, boter en boerderij. Ik bleef hangen bij de moeilijke vragen uit ‘Het ei uit zijn gat vragen’, die pluimen doen sneuvelen en gedachten naar vrijheid doen verlangen.

al die moeilijke vragen doen me denken aan de kip van mijn broer die een te groot ei wilde leggen dat half uit haar anus bleef steken, hoe ze afgemaakt werd omdat ze anders zou ontploffen, hoe antwoorden soms te lang in je blijven ronddwalen en geen pen om ze mee te beschrijven, zo lig ik in het duister van de kamer te wachten tot ik mijn vleugels weer aan mag leggen en uit den beginne weg mag vliegen.

23C230A4-7323-4F8F-A681-D4BA06300957

Maandag: Geert Briers, ‘Voor wie de liefde’ (Vrijdag, 2018)

Geert Briers maakte samen met verschillende illustratoren een cross-over tussen poëzie en strip. Die heerlijke grafische interpretaties geven elk gedicht – beeldrijk, zintuiglijk en met humor geschreven – een verrijkende tweede dimensie. Het thema van deze poëtische lees- en kijkbundel? De liefde in al haar vormen, jawel, van passie over kwetsbaarheid tot erotiek. Ikzelf werd verliefd op ‘Astronaut’, in beeld gebracht door tekenaar Wilbert van der Steen, dat de lichamelijke liefde, de seksuele spanning ruimtelijk beschrijft. Een bevrijdende extase waarvan je plots glow-in-the-dark sterretjes gaat zien.

E9F31A50-AE3C-4C28-8B80-F88B4913FCBC

Dinsdag: Peter Theunynck, ‘Tijdrijder’ (Wereldbibliotheek, 2018)

Het is onze ergste vijand én onze liefste vriend, want tijd: dat is vrijheid, maar ook vergankelijkheid. In Tijdrijder probeert Peter Theunynck die o zo kostbare tijd te laten stollen, door de taal melancholisch aan het zingen en het dansen te brengen. Zoals bij de jachtige tijdrijder in het slotgedicht, die zich ijlend een weg rijdt naar de einder tegen de voortjakkerende tijd in. Een poëziebundel om in supersnelle tijden langzaam de tijd voor te nemen. En belangrijk: ver weg uit de buurt van alle klokken.

Waarom is de tijdrijder tot op het einde zo op de einder gericht? Waarom is haast zijn enige taal? Rijdend en rijdend om niet buiten de tijd te rijden, rijdt hij zich de tijd uit het lijf.

A9EA3ACE-9A65-43F5-9EEA-9F8A400CF26D

Woensdag: Tom Lanoye, ‘Vrij – Wij?’

De laatste dag van de Poëzieweek 2019 sluit ik graag af met het Poëziegeschenk dat Tom Lanoye schreef voor deze zevende editie. Lanoye doopte zijn pen in vrijheid en stelt in het gedicht ‘Zonder handen, zonder tanden’ dat dat bijzonder veel kan zijn. Ik zocht een vrijheid op die wij niet kennen: het letterlijke spreiden van vleugels, iets dat wij in het beste geval enkel figuurlijk mogen voelen. En als vrijheid dan iets is, dan misschien wel dat: een gevoel.

Geen woord zo vrij als vrij/ Het weert wat men verbiedt/ Smetvrij, vetvrij. Kogelvrij/ Maar wat is dan ‘gastvrij’?/ (Ontdaan van vreemdelingenwaan?)/ En vogelvrij: een doel, een straf?/ Of een verzuchting op een graf?/ Hier ligt hij: Eindelijk vrij.

DC19D1A5-DE31-4BDC-B0E6-31CE1890687C

Geplaatst door

Tekstschrijver en smaakmaker. Leest, schrijft, eet en doet in verhalen. Houdt van taart en mooie taal bij een tas koffie. Freelancet als copywriter en (eind)redacteur. Schrijft over leeslust, schrijfdrang en eco-culinaire ontdekking.